
Het Nederlandse rivierenlandschap is ontstaan uit een samenspel tussen de natuur en de mens. Duizenden jaren duurde het, voordat het landschap er uit zag, zoals het nu is. De basis voor het landschap werd gelegd in het Pleistoceen. Het Pleistoceen is een tijdvak dat ongeveer 1,5 miljoen jaar geleden begon en pas zo´n 11.500 jaar geleden, na de laatste ijstijd eindigde. Na het Pleistoceen volgt het Holoceen. Dat is het tijdvak waarin we ons nu nog bevinden. De overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen bracht grote klimaatsveranderingen met zich mee. En wanneer het klimaat verandert, dan veranderen ook het landschap en de vegetatie. Er was bijvoorbeeld een zeespiegelstijging als gevolg van het smeltende landijs. Dit had tot gevolg dat ook de rivierpatronen veranderden van vlechtend naar meanderend. Een gunstig gevolg hiervan was dat het Nederlandse rivierengebied geschikt werd voor bewoning. De eerste mensen woonden op de hoge plekken in het landschap, op de donken en de oeverwallen langs de rivieren. Veel later, in de Middeleeuwen konden de mensen het landschap meer naar hun hand zetten. Hierdoor konden ze ook op de lagere en nattere plekken hun activiteiten ontpooien.